Snijprocedurekwalificatie in het kader van EN 1090

De EN 1090-2 norm schrijft een aantal controles voor om de kwaliteit van eindproducten te garanderen. Eén daarvan is de controle van snijprocessen. Een aantal zaken liggen voor de hand, bijvoorbeeld dat de geometrische toleranties in overeenstemming zijn met de eisen in de norm.

Voor thermische snijprocessen (bv. laser, autogeen en plasma) wordt bovendien gevraagd dat de tolerantie op de haaksheid (zie figuur) en de ruwheid op de snijkant gecontroleerd worden, vanaf EXC 2 en hoger. Dit wordt gecontroleerd in een zogenaamde snijprocedurekwalificatie (SPK) (Engels: Cutting procedure Specification (CPS)). Indien een snijprocedure geschikt moet zijn voor EXC 4, zijn de eisen voor de tolerantie op de haaksheid en de ruwheid strenger dan voor EXC 2 en EXC 3.

Elke machine wordt apart gekwalificeerd. Bij de kwalificatie worden een aantal teststukken geproduceerd uit zowel een plaat met de minimum dikte als één met de maximum dikte die in productie gesneden worden. Bij voorkeur worden de testplaten gesneden en aangeleverd in de vorm zoals weergegeven in Figuur 1. De snijparameters worden geregistreerd. Bij het snijden van verschillende materialen (bijvoorbeeld RVS en koolstofstaal) worden deze apart gekwalificeerd.

 

Figuur 1: Vorm van gesneden testplaat

Hardheid op de snijkant

Voor koolstofstaal S≥460 moet mag de hardheid op de snijkant niet hoger dan 450 Vickers hardheid (HV10) bedragen. Processen die kunnen leiden tot geharde snijkanten (thermisch snijden, maar ook knippen en ponsen) worden gecontroleerd. De controle van de hardheden kan worden meegenomen in een snijprocedurekwalificatie.

Indien de hardheden op de snijkant te hoog liggen, kan geopteerd worden om stukken voor te warmen of na het snijden de snijkant licht op te slijpen.

Uitvoering door BIL

Het BIL kan voor u de beproevingen uitvoeren voor uw snijprocedurekwalificatie in het kader van EN 1090. Neem gerust contact op voor meer informatie.

 

 
Delen
Share