Een nieuw venster op de toekomst

print icon

Begin van de zomer 2011 ruilde het Belgisch Instituut voor Lastechniek de vertrouwde kantoren in het centrum van Gent voor een gloednieuwe stek in het Technologiepark Zwijnaarde, aan de zuidelijke stadsrand van Gent. Hier maakt het BIL voortaan deel uit van het Materials Research Cluster Gent.

Het 'Materials Cluster Gent' is een samenwerkings-verband tussen verschillende vakgroepen van de Universiteit Gent, CRM, Sirris, OCAS, SIM, haar afdeling Flamac, Clusta en BIL. In het cluster gebeurt onderzoek, voornamelijk op metalen, op basis van samenwerking, clustering en strategische alliantie.
Dankzij dit model van open innovatie zorgen de partners ervoor dat nieuwe producten en technologieën sneller de markt vinden. Het cluster beschikt daartoe over de meest geavanceerde apparatuur waarmee onderzoekers zowel op nanoschaal als op grote industriële structuren kunnen karakteriseren en testen.

Met meer dan 200 wetenschappers en technologen onder één dak, wil de Materials Research Cluster Gent een expertisepool zijn die in Vlaanderen en ver daarbuiten competitief actief is.

Website : http://www.metalstructures.be/

BIL in het Materials Research Cluster Gent

Na de jarenlange samenwerking tussen het Belgisch Instituut voor Lastechniek (BIL) en het Labo Soete van de Universiteit Gent (ook meeverhuisd naar het
Technologiepark Zwijnaarde), wordt deze samenwerking nu verder uitgebreid naar de andere partners binnen het cluster. Op laboratoriumschaal kan hier de volledige procesroute van metalen: gieten – walsen – bewerken – lassen – beproeven worden nagebootst, wat uiteraard nieuwe mogelijkheden biedt. Het uitwisselen van knowhow en de toegankelijkheid tot apparatuur van de verschillende partners maken het mogelijk de krachten van de verschillende partijen te bundelen, zonder de identiteit van die organisaties aan te tasten.

Vernieuwing

Voor het BIL breekt er een nieuwe periode aan, er is een gedeeltelijke verjonging van het personeel, het machinepark is uitgebreid, de website en huisstijl zijn vernieuwd, en dit alles in een nieuw gebouw. Maar inhoudelijk staat het BIL nog steeds voor dezelfde zaken: het verstrekken van lasadvies, het verrichten van toegepast las- en materiaalonderzoek als onderdeel van collectieve of bedrijfsonderzoeksprojecten, het adviseren rond lasnormen en het uitvoeren van industriële opdrachten. Tot een jaar geleden betrof het bij deze industriële opdrachten vooral schade-analyses, materiaalonderzoek en beproevingen, maar sinds 2010 is dit uitgebreid met corrosie-onderzoek.
De door het International Institute of Welding erkende opleidingen: IWE, IWT en IWS blijft het BIL aanbieden, deze zullen nog steeds op de maatschappelijke zetel te Brussel gegeven worden.

Infrastructuur op het Technologiepark

Op het Technologiepark heeft het BIL een nieuw metallografisch laboratorium, gedeeltelijk overgebracht uit de Sint-Pietersnieuwstraat, maar aangevuld met nieuwe installaties.

In de beproevingshal staan een nieuwe vermoeiingsmachine, koelpomp en nieuwe sturing, zodat het BIL nu uitstekend is uitgerust om kleine tot grote vermoeiingstesten uit te voeren (tot 1000 kN). Daarnaast beschikt het BIL nog altijd over hogetemperatuur beproevingsmachines, een lassimulator en kruipbanken. De lasrobot, voorheen geplaatst bij het VCL, is nu ook op het Technologiepark geïnstalleerd. Ten slotte is de frictielasmachine, gebruikt in het kader van materiaalontwikkeling voor het wrijvingsroerlassen van staal, recent volledig gereviseerd.

Nieuwe dienstverlening binnen het BIL: corrosie

In het nieuwe gebouw heeft het BIL geïnvesteerd in twee corrosielaboratoria. Sinds oktober 2010, na het emeritaat van prof.dr. ir. J. Defrancq, werd het technisch personeel van de Cel Corrosie van UGent opgenomen bij het BIL.

Prof. Defrancq blijft beschikbaar voor adviezen, zodat een optimale service en continuïteit naar de industriële klanten gegarandeerd kan worden. De competentie op het vlak van corrosie is belangrijk bij schade-analyses, en is vaak een doorslaggevende factor bij het ontwerp en functioneren van gelaste verbindingen. Zo kan het noodzakelijk zijn een wateranalyse uit te voeren om het aanwezige milieu te kennen. Naast het schade-onderzoek naar de oorzaak en herkenning van het type van corrosie, kan het BIL aanbevelingen doen ter preventie. Dan kan blijken dat meer fundamenteel onderzoek aangewezen is. Met elektrochemische testen kan de corrosiesnelheid van bepaalde metalen vergeleken worden in specifieke milieus. Ook het gedrag van twee metalen samen in een bepaald milieu (risico op galvanische corrosie) kan met deze techniek bestudeerd worden.

 

 

Het labo heeft uitgebreide mogelijkheden om dompeltesten uit te voeren – zowel groot- als kleinschalig, en dit zowel in aantal als in grootte van de stukken. Met de veranderingen van de Europese richtlijnen van classificatie, labelling en verpakking van mengsels en stoffen (CLP-richtlijn) is de vraag voor uitvoering van talrijke kleine dompeltesten groot.
Verder is het corrosielabo uitgerust om specifieke, al dan niet genormeerde testen uit te voeren: een zoutneveltest, APA test (filiforme corrosie voor bijv. gelakt aluminium), testen voor spleetcorrosie, putcorrosie, spanningscorrosie, etc.

Gerelateerde Publicatie

  • SHARE
  • Facebook
  • Twitter
  • LinkedIn

Officiële opening Materials Research Cluster

Op 20 september 2011 is het Materials Research Cluster Gent officieel ingehuldigd, in aanwezigheid van Vlaams minister Ingrid Lieten, Vice-rector van de Universiteit Gent Luc Moens, Wim van Gerven - CEO en voorzitter van het managementcomité van ArcelorMittal Gent en Sven Vandeputte - directeur bij OCAS.

Alle sprekers benadrukten het belang van samenwerking en spraken de hoop uit dat dit initiatief ook de aantrekkelijkheid van technologie als vak naar de jeugd toe zou vergroten en tegelijk de werkgelegenheid binnen de technologische
sector in de regio zou verhogen.

Na de academische zitting kregen de ongeveer 250 genodigden mogelijkheid om tijdens een rondleiding een idee te krijgen van het werk in het cluster. Dit ging van het warmwalsen van staal, onderpoederdeklassen met een 5-draadsmachine tot het vermoeien van een volledige pijp.